Vanaf Pesach tot op het Wekenfeest worden vijftig dagen geteld. Deze periode wordt door Joden de ‘Omertijd' genoemd. Gebaseerd op de woorden uit Leviticus 23:15 (NBG): "Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn..."
‘Omer' is het Hebreeuwse woord voor ‘schoof' of ‘garve'. Na Pesach werd de oogst binnen gehaald. Op de dag ná sabbat werd de eerste garve geofferd op het altaar van de tempel in Jeruzalem (Lev. 23:10). Vanaf dat moment begon men met het tellen van zeven maal zeven dagen. De 49 dagen die volgen worden gekenmerkt door droefheid. Tijdens deze periode wordt er niet getrouwd of gefeest. Ook wordt er niets aan het haar gedaan. Het Joodse volk herdenkt tijdens deze periode de tragische gebeurtenissen uit het verleden.
Periode van rouw
In de Bijbel staat echter nergens dat deze weken van de Omertijd een periode van rouw of droefheid moeten zijn. Vanwaar dan die grote droefheid? Het is vanwege de gebeurtenissen in de eerste eeuwen na Christus dat droefheid een kenmerk is geworden van de Omertijd. In 70 na Christus werd voor de tweede maal de Tempel in Jeruzalem verwoest. Vele duizenden Joden werden tijdens de Joodse Oorlog (66-70 n.C.) vermoord en nog eens duizenden werden verkocht als slaven. De Romeinse generaal Titus had Judea verwoest. In 81 n.C. werd in Rome de ‘Ark van Titus' gebouwd, met daarop een verwijzing naar de verwoesting van Judea en de Tempel in Jeruzalem. Titus dacht hiermee het Joodse volk te hebben uitgeroeid, maar niets was minder waar. Er werd veel gedaan om het Joodse leven en de Joodse instituties weer op te bouwen. In 132 n.C. slaagde de Joodse militaire leider Simon Bar Kosiba erin een groot leger te formeren om Judea weer te heroveren van de gehate Romeinen. Velen stonden achter zijn ideeën, waaronder ook Rabbijn Akiva ben Yosef, die als de grootste Talmoedische leraar aller tijden wordt gezien. Die geloofde dat, als de opstand succesvol zou zijn, wereldwijd Joden zouden terugkeren naar het Heilige Land en het Messiaanse tijdperk zou aanbreken, zoals dat voorzegd was door de profeten. Hij veranderde de naam van Bar Kosiba in ‘Bar Kochba', wat Aramees is voor: ‘zoon der sterren'. Hierdoor dachten velen dat Bar Kochba, in lijn met de profeten, de langverwachte Messias zou kunnen zijn (Num. 24:17).
Rabbijn Akiva liet 24.000 van zijn leerlingen deelnemen aan de opstand. Zij werden ‘soldaten van de Torah' genoemd. Hun opdracht was Gods Woord over de hele wereld te verspreiden en daarmee het Messiaanse tijdperk in te luiden. Het leger van Bar Kochba groeide volgens de overlevering tot meer dan 300.000 man. Rome voelde zich bedreigd. Bar Kochba slaagde erin Jeruzalem te heroveren. Er werden zelfs pogingen ondernomen de tempel te herbouwen. Rome was verrast. Keizer Hadrianus liet zijn beste generaal, Julius Serverus, uit Brittanië halen en gaf hem het bevel een einde te maken aan de opstand. Bar Kochba maakte toen een grote fout. Hij vermoorde Rabbijn Elazar, omdat hij de Romeinen zou hebben verteld over de geheime poorten van het stadje Betar, dat vlak bij Jeruzalem ligt. Bar Kochba verloor de steun van Rabbijn Akiva. Het geloof in Bar Kochba als de Messias verdween. Bar Kochba verloor de grote oorlog, ook wel ‘de tweede Joodse oorlog' genoemd, om het stadje Betar. Maar liefst 580.000 Joden zouden zijn omgekomen tijdens deze oorlog. Het was een enorme klap voor het Joodse volk. De hoop op een Messiaans Koninkrijk verdween alsmede de vechtlust om het Heilige Land te heroveren. Het was de Romeinen gedeeltelijk gelukt om een einde te maken een de hoop en dromen van het Joodse volk.
Lag B'Omer
De 24.000 leerlingen van Rabbijn Akiva stierven tijdens deze oorlog aan een mysterieuze plaag. Volgens de Talmoed was deze plaag een straf van God "omdat zij geen respect hadden voor elkaar. Op de 33ste dag van de Omertijd kwam er een einde aan deze plaag. Deze dag wordt ‘Lag B'Omer' genoemd, wat letterlijk ‘de 33ste van de Omertijd' betekent. Het is een feestdag en in tegenstelling tot de andere dagen van de Omertijd mag er op deze dag wél getrouwd en gefeest worden.
Er is nog een reden waarom men Lag B'Omer viert. Op deze dag stierf Rabbijn Simeon Bar Yochai. Hij was één van de leerlingen van Rabbijn Akiva. Zijn kennis werd opgetekend in verschillende boeken die tezamen "de Zohar" vormen. Deze boeken worden gezien als de kern van de Kabbala en vormen het belangrijkste werk van de Joodse mystiek. Zij geven een interpretatie op de Torah en informatie over de natuur van God, de oorsprong en structuur van het universum, de natuur van de ziel, goed en kwaad etc. Het voert te ver om hier uitgebreider op in te gaan in dit artikel, te meer omdat "de Zohar" niet geïnspireerd is door God.
Toch heeft de Zohar (wat ‘schitterendheid' betekent) een behoorlijke invloed gehad op het Jodendom. Vele Joden houden zich tot op de dag van vandaag bezig het bestuderen van de Kabbalah. De invloed blijkt wel uit het feit dat men tijdens Lag B'Omer ook de sterfdag van Rabbijn Simeon herdenkt. Want op deze dag werd de Zohar ‘geopenbaard'. Kortom, er zijn twee gebeurtenissen die van Lag B'Omer een belangrijke feestdag hebben gemaakt.
De Omertijd en Christus
Op de eerste dag van de Omertijd vond de opstanding van de Here Jezus Christus plaats. Vijftig dagen later is het Pinksteren. Er is dus een direct verband met Pasen en Pinksteren. En hoewel de hoewel de Bijbel hier geen directe aanleiding toe geeft, wordt er ook vaak een verband gelegd met het Sinaï-gebeuren. Waar de wet een verzegeling was van het oude verbond, zo is de uitstorting van de Heilige Geest een verzegeling van het nieuwe verbond. In elk geval was de ‘oogst' op de Pinksterdag groot: 3000 mensen werden behouden. De basis daarvoor was 50 dagen eerder gelegd: de opstanding van de Here Jezus Christus.
Het getal 50 heeft een diepe betekenis. Het verwijst bijvoorbeeld naar het Jubeljaar. Dit was een heilig jaar waarin de vrijheid werd uitgeroepen. De Heilige Geest die op de Pinksterdag werd uitgestort bracht de vrijheid! Het getal 7 verwijst naar de volheid en heeft direct te maken met het plan van God met deze wereld. Zeventig staat bijvoorbeeld voor de volkeren. Elk plan waarover wij lezen in de Bijbel wordt afgerond met een ‘zeven': de zevende dag, de zeventigste jaarweek, etc.
Maar waarom eigenlijk de dagen tellen? Een direct antwoordt vinden wij in de Bijbel niet. Wie de dagen telt werkt bewust ergens naar toe: "nog maar 31 dagen tot aan mijn verjaardag". Ik denk dat dit ook de bedoeling is van de 50 dagen. Deze dagen verwijzen namelijk naar de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis: de opstanding van de Here Jezus Christus en de uitstorting van de Heilige Geest. Dit maakt de Omertijd uiteindelijk geen periode van rouw, maar een periode van vreugde! En het zal niet lang meer duren, of de droefheid van het Joodse volk zal veranderen in vreugde. Wat een dag zal dat zijn, als de Messias terugkomt op de wolken. Als de eeuwenoude droom van het Messiaanse Koninkrijk eindelijk bewaarheid zal worden.