Ga direct naar


Egypte in de Bijbel

door Hans van de Lagemaat
Turbulente ontwikkelingen in de Arabische wereld. Maar wat zegt de Bijbel eigenlijk over de toekomst van met name Egypte?

De wijsheid der Egyptenaren was spreekwoordelijk. Om de grootheid van Salomo’s wijsheid kracht bij te zetten, wordt deze met die van de Egyptenaren vergeleken. “De wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van alle mensen van het Oosten, en dan alle wijsheid van de Egyptenaren” (1 Kon. 4:30, zie ook Hand. 7:22). Salomo’s wijsheid kwam van boven en was hem door God gegeven. De wijsheid der Egyptenaren was wereldse wijsheid tot meerdere eer en heerlijkheivan de mens. Maar - zo schreef Paulus al - aan die wijsheid en haar wijsgeren maakt God vroeg of laat een eind. “En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden” (1 Kor. 2:6).
Een half jaar geleden kon de grote leider van Egypte, Mubarak, niet vermoeden dat zijn dagen waren geteld. Maar in korte tijd was het met zijn wijsheid gedaan en moest hij als een moderne Farao het veld ruimen voor de wil van het volk. Of Egypte er nu zoveel beter van zal worden, valt nog te bezien. In veelgehoorde leuzen als ‘revolutie’ en ‘democratie’, ontbreekt dat ene woord van wijsheid: bekering. Bekering tot de God van Israël; de God van Abraham, Izaäk en Jakob.
Ja maar, zo zult u wellicht tegenwerpen, dat kun je toch niet van een volk als de Egyptenaren verwachten? Nee, nu misschien nog niet. Toch ligt er ook voor dit volk een rijke toekomst in het verschiet. Geen toekomst door middel van revolutie, afgedwongen door de wil van het volk, maar door de hand van God.

Mijn volk, de Egyptenaren

Als er in de Bijbel staat ‘Mijn volk’ aan welk volk denkt u dan? Israël toch? Maar weet u dat ook de Egyptenaren als volk zo door de Heere worden genoemd? In Jesaja 19:25 vinden we de drie aartsvijanden Egypte, Assyrië en Israël gezamenlijk in de context van een bijzondere belofte genoemd. “Want de HEERE van de legermachten zal hen zegenen met de woorden: Gezegend zij Mijn volk Egypte, het werk van Mijn handen Assyrië, en Mijn eigendom Israël!”
Voor het zover is, moet er nog heel wat gebeuren; dat laat zich raden. De tijd van deze zegen voor Egypte, Assyrië en Israël komt zeker niet voor de tijd van het Messiaanse vrederijk. Alle inspanningen voor vrede, van welke grootmacht ook, is gedoemd te mislukken.
We lezen namelijk tot zes maal toe in Jesaja 19 de uitdrukking “op die dag”, wat bijna altijd betrekking heeft op de Messiaanse tijd. En zo ook hier.

Op die dag

De eerste maal dat we de uitdrukking ‘die dag’ tegenkomen, gaat het over beving en vrees die zich van de Egyptenaren meester maken. Het land van Juda zal hen schrik aanjagen (vs. 16, 17). De rollen zijn omgekeerd. Het raadsbesluit van de HEERE (vs. 17) zal bestaan. Hij heeft beraadslaagd, en niemand kan het keren. De inleiding tot deze schrik zien we in de eerste vijftien verzen van dit hoofdstuk. Als de Heere op een snelle wolk tot hen komt, zal dat een enorme verwarring onder de Egyptenaren tot gevolg hebben. Vers 2 spreekt van een burgeroorlog. Vers 4 van een dictator, die hen in een ijzeren greep houdt. En vers 5 tot en met 10 beschrijft een economische crisis, doordat de Nijl en de overige rivieren droogvallen.
Hiertegen zijn geen afgoden opgewassen. Zelfs de wijsheid van de Egyptenaren moet verstommen (vs. 11-15). “Waar zijn zij dan, uw wijzen? Laten zij u toch vertellen, als zij het al weten, wat de HEERE van de legermachten besloten heeft over Egypte.” Deze beraadslagingen des HEEREN zijn niet om Egypte te straffen. Het doel is om ook dit volk tot Hemzelf te brengen. Dat is duidelijk uit de vijf volgende gedeelten die gaan over “op die dag”.

Vijf steden

“Op die dag zullen er vijf steden in het land Egypte zijn die de taal van Kanaän spreken en die zweren bij de HEERE van de legermachten. Een ervan zal genoemd worden: Stad van de zon1” (vs. 18). Wat zijn dit voor steden? Wat wordt er bedoeld met ‘de taal van Kanaän’? En welke stad wordt er bedoeld met ‘de stad van de zon’? De verschillende uitleggingen die dit gedeelte gekregen heeft, geven aan dat de beste Schriftverklaarders ook geen duidelijk antwoord op deze vragen hebben. In zulke gevallen kunnen we het beste de woorden gewoon laten staan; er niet over fantaseren en wachten op de vervulling ervan. Wat de woorden ook in mogen houden, het zinnetje “en die zweren bij de HEERE van de legermachten” geeft dit gedeelte een gunstige lading.

Een gedenkteken

“Op die dag zal de HEERE een altaar hebben midden in het land Egypte, en aan zijn grens zal er een gedenkteken voor de HEERE staan. Dit zal zijn tot een teken en getuigenis voor de HEERE van de legermachten, in het land Egypte. Wanneer zij tot de HEERE zullen roepen vanwege hun onderdrukkers, zal Hij tot hen een Heiland en Meester zenden; Die zal hen redden” (vs. 19, 20).
‘Gedenktekenen’ komen vaker voor in de Schrift. Soms duiden ze op afgoderij en moeten we denken aan afgodsbeelden. Maar dat kan hier niet bedoeld worden. Er wordt duidelijk gesproken van een gedenkteken voor de HEERE.
Jakob stelde zo’n gedenkteken in Beth-El. Hij zalfde zijn hoofdkussen, een steen, en deed daarbij een gelofte (Gen. 28:16-22). Het was een gelofte waar de HEERE op terugkwam. (Gen. 31:13). Een soortgelijk teken zien we Jakob oprichten als God opnieuw aan hem verschijnt in Beth-El en hem de belofte van het land geeft. Uit de hele context van dit hoofdstuk blijkt dat dit gedenkteken dienst deed als altaar (Gen. 35:1-14). Diezelfde koppeling zien we in Jesaja 19:19, “een altaar … en een gedenkteken”. Het is niet onwaarschijnlijk dat het hier om één bouwsel gaat.
Op een ander belangrijk moment in Israëls geschiedenis, de verbondssluiting aan de berg Horeb, bouwt Mozes een altaar en twaalf gedenkstenen (gedenktekenen) (Exod. 24:4).
Maar waarom nu een altaar en een gedenkteken in Egypte? Het zal er staan als een teken en een getuigenis voor de HEERE van de legermachten. Egypte, eens de verdrukker van Israël, zal zelf verdrukt worden. En dan zullen de Egyptenaren gaan roepen. Nee, geen geschreeuw om democratie of een ander regime. Ze zullen roepen tot de HEERE, zoals Israël dat zelf deed in de slavernij in Egypte (Exod. 2:23). En zulk geroep blijft nooit onbeantwoord. Hij zal hen een Verlosser zenden! Als de Heere zal komen op de wolken des hemels (vergelijk vers 1), dan is dat niet alleen om Zijn vijanden te onderwerpen, maar ook om Zijn volk te verlossen.

De HEERE kennen en dienen

“Dan zal de HEERE aan de Egyptenaren bekend worden en de Egyptenaren zullen de HEERE kennen op die dag. Zij zullen Hem dienen met slachtoffer en graanoffer, en de HEERE gelofte doen en die nakomen. Zo zal de HEERE de Egyptenaren geducht treffen en genezen. Zij zullen zich tot de HEERE bekeren en Hij zal Zich door hen laten verbidden en Hij zal hen genezen” (Jes. 19:21, 22).
Zien we ook hier niet een parallel met de verlossing van Israël uit Egypte? De verdrukker wordt nu zelf verdrukt. En onder die druk leren ze te roepen tot de HEERE. Hij zendt een Verlosser met als gevolg dat zij de HEERE zullen kennen en dienen.

Een gebaande weg

“Op die dag zal er een gebaande weg zijn van Egypte naar Assyrië. De Assyriërs zullen in Egypte komen en de Egyptenaren in Assyrië. De Egyptenaren zullen samen met de Assyriërs de HEERE dienen” (Jes. 19:23).
Het wordt nog wonderlijker. In de dagen van Jesaja waren de wereldmachten Egypte en Assyrië nog vijanden (zie bijvoorbeeld Jesaja 36:6, 9). Maar hier staat dat er een gebaande weg zal zijn van het ene land in het andere, en dat ze samen de HEERE zullen dienen. Een gebaande weg van Assyrië naar Egypte loopt dwars door Kanaän. En dat is niet voor niets. Volkeren die de HEERE zullen dienen, offerandes offeren, en geloften beloven en betalen, zullen dat maar op één plaats kunnen doen: Jeruzalem.

Een zegen in het midden van de aarde

“Op die dag zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assyrië, een zegen in het midden van de aarde” (Jes. 19:24). Die zegen ontspringt niet aan menselijke inspanningen. Zo’n verzoening tussen Egypte, Assyrië en Israël kan niet door wijsheid van mensen teweeg gebracht worden. Zelfs Salomo’s wijsheid, die de wijsheid van Egypte te boven gaat, schiet te kort. Dat zien we ook in de huidige roerige tijden. Grootmachten houden de adem in. Stabiliteit in de wereld lijkt op alle fronten zoek. Niemand weet een oplossing. Maar wij hebben het vaste Woord der profetie. Dat is ons licht in een duistere plaats. En het leert ons om de oplossingen, ook in de wereldpolitiek, niet te verwachten van overheden, hoe machtig en onschendbaar ze ook lijken. Onze verwachting is van de HEERE alleen. Op Hem richten we gelovig ons oog en bidden gedurig in ons hart om de komst van de Verlosser.
“Want de HEERE van de legermachten zal hen zegenen met de woorden: Gezegend zij Mijn volk Egypte, het werk van Mijn handen Assyrië, en Mijn eigendom Israël!” (vs. 25).

Voetnoot:
Volgens een van de Dode-Zeerollen; de SV geeft ‘een stad der verstoring’.




Snelkoppelingen naar websites