Ga direct naar


Ivriet, gereanimeerd Hebreeuws

Download PDF

Van Ivriet, het moderne Hebreeuws, wordt vaak gesproken als het tot leven gewekte, dode, klassieke Hebreeuws. Maar was dat oude, bijbelse Hebreeuws wel echt dood?

Het is zeker waar dat, al in bijbelse tijden, het Hebreeuws als spreektaal verdrongen werd door het Aramees. Eeuwenlang werd het Hebreeuws bijna uitsluitend als geschreven, godsdienstige taal gebruikt. Toch werd het in leven gehouden. Eerst door Babylonische schriftgeleerden, later, in de Gouden Eeuw, o.a. door Spaanse Joden. Zelfs uit de Middeleeuwen kennen we Joodse poëzie in klassiek Hebreeuws. Al die eeuwen door, tot op de huidige dag, leest (of zingt) men in de synagoge de Tenach en worden de gebeden uitgesproken in die heilige taal (lasjon ha-kadesj).

De Joden in de diaspora namen veelal de landstaal over. Voor de Oost-Europese Joden was het Jiddisch bij uitstek de omgangstaal. Toch werden aan het einde van de 19e eeuw nog altijd boeken in dat oude Hebreeuws geschreven (o.a. door Asjer Ginzberg).

Eliëzer Ben Jehuda
Ivriet zou geen Ivriet zijn geworden zonder Eliëzer Ben Jehuda. Toen hij in 1858 geboren werd in Litouwen heette hij nog Eliëzer Perelman. Hij kreeg een orthodox Joodse opvoeding en leerde al op jonge leeftijd het klassiek Hebreeuws. Maar eenmaal op de jesjiva (talmoedschool) veranderde zijn kijk op de orthodoxie totaal. Het seculiere gedachtegoed sprak hem meer aan; hij werd een ‘vrijdenker'. Op 17-jarige leeftijd kreeg hij een openbaring, die beslissend zou zijn voor zijn verdere leven. Hij werd daarin sterk bepaald bij het ‘herstel van Israël'. Hoe meer hij warm liep voor een Joodse natie, des te vaster werd zijn overtuiging dat er dan ook één gemeenschappelijke taal moest komen. Dat werd zijn levensdoel: Het herstel van het Joodse volk, in een eigen land, met een eigen taal. Hij begon met het veranderen van zijn eigen achternaam. Ben Jehuda leek hem passender dan Perelman (uiteindelijk was hij ook de zoon (Hebr. ‘ben') van zijn vader (Hebr. ‘Jehuda').

1881: Keerpunt
Het jaar 1881 betekende een keerpunt in de emigratie van Joden naar Palestina. De meeste Joden, die zich na 1881 in het Land vestigden, waren ervan overtuigd dat alléén een eigen Joodse staat de oplossing kon brengen voor de trieste situatie, waarin de Joden zich bevonden. Met de eerste grote aliya bereikten 70.000 immigranten het Beloofde Land. Ben Jehuda was één van hen; hij ging wonen in Jeruzalem.
Zijn oproep aan alle Joden om het Hebreeuws weer nieuw leven in te blazen, werd met enthousiasme begroet. Velen wilden zich inzetten om één omgangstaal te gaan spreken. In diverse steden werden scholen geopend, waar Hebreeuws de voertaal was. Maar, zoals Eliëzer later zelf schreef: "Voor alles wat bereikt moet worden, heb je uiteindelijk één wijze, verstandige en actieve man nodig. Iemand die al zijn energie eraan wijdt ... het is nodig dat er één pionier is, die de leiding neemt ...". Eliëzer Ben Jehuda was die pionier.

Aanpak
Ben Jehuda werkte op drie fronten. Het Hebreeuws moest thuis gesproken worden, op school gebruikt worden én er moesten heel veel nieuwe woorden bijkomen. In het klassieke Hebreeuws ontbraken termen voor alledaagse dingen als: een zakdoek, fiets, ijsje, enz. Samen met zijn vrouw, Deborah, besloot Eliëzer hun eerste zoon, Ben Zion, op te voeden met alléén Hebreeuws. Géén enkele andere taal mocht het kind horen! Toen hij (pas op zijn vierde jaar) ging praten, was hij dan ook het levende bewijs dat de herleving van de taal mogelijk was.
Ben Jehuda begreep hoe belangrijk het was de jeugd het Hebreeuws bij te brengen. Rabbijnen en leraren werden aangemoedigd, in hun lessen alléén het Hebreeuws te gebruiken. Maar ook voor volwassenen moest het een levende voertaal worden. Om dit te bereiken bracht hij in 1884 een goedkope krant uit: Hatzvi. In dit blad was van alles te vinden, van weerberichten tot mode en wereldnieuws. De krant gebruikte Eliëzer ook om nieuwe woorden te introduceren. Ondertussen werkte hij onvermoeibaar aan zijn woordenboek. Het ‘Complete Woordenboek van oud en modern Hebreeuws' zou uiteindelijk 17 delen beslaan!

Vóór- en tegenspoed
Alleen had Eliëzer het Ivriet nooit kunnen maken tot wat het nu is. Hij had vele enthousiaste medestanders. Leraren als Judelevitsch en Yellin beschreven later hoe moeizaam het was gegaan: "We hadden geen boeken, te weinig woorden, geen uitdrukkingen, lesmateriaal ontbrak ... elke leraar had, stiekem ergens wel een eigen Frans of Russisch lesboek achter de hand ...".

Klinkklare tegenstand ondervond Ben Jehuda van de kant van ultraorthodoxe Joden. Zij bleven het Hebreeuws zien als de ‘heilige taal', waarin Mozes had onderwezen en waarin de profeten hadden gepredikt. Die ‘heilige taal' kon niet zomaar gebruikt worden voor profane en seculiere doeleinden. Zelfs vandaag zijn er nog die, om diezelfde reden, geen Ivriet willen spreken en de voorkeur blijven geven aan Jiddisch. Ook grote voormannen, waaronder Theodor Herzl, waren lang niet allemaal overtuigd van de noodzaak het Hebreeuws als omgangstaal in te voeren.

Droom wordt werkelijkheid
Op 29 november 1922 werd door het Britse Mandaat het Hebreeuws erkend als de officiële taal van de Joden in Palestina. De herleving van het Hebreeuws was een feit. Ben Jehuda's droom was werkelijkheid geworden. Nog geen maand later overleed Eliëzer aan tuberculose. Zelfs deze slopende ziekte, waaraan hij zolang had geleden, had hem niet van zijn levenswerk kunnen afhouden.

In 1890 had Ben Jehuda het Comité voor de Hebreeuwse Taal opgericht, dat moest helpen bij het oplossen van de vele problemen, waar hij op stuitte. De uitspraak, spelling en betekenis van nieuwe woorden, als ook het gebruik van leestekens, moesten uitgewerkt worden. Een voortdurende inspanning, die later (1953) werd overgenomen door de Academie van de Hebreeuwse Taal. Tot op de huidige dag waakt dit instituut over het Ivriet. Men streeft ernaar de Semitische eigenschappen en het typische taaleigen te bewaren. Daarbij moet de taal flexibel genoeg blijven om alle moderne gedachten volledig weer te kunnen geven. Zelfs de grote Ben Jehuda moest wel eens gecorrigeerd worden. Zijn woord voor orkest: orkester werd vervangen door tzimoret, afgeleid van de Hebreeuwse stam zmr (= melodie, lied).
Met het Ivriet is het eeuwenoude Hebreeuws een moderne omgangstaal geworden.

 




Snelkoppelingen naar websites