Er zijn drie factoren die sterk hebben bijgedragen aan de messiasverwachting van het Joodse volk: het verlies van de nationale onafhankelijkheid en de daarbij horende ontberingen, de wil om als gerehabiliteerd volk dominant te leven in een eigen nationaal tehuis en het onverwoestbare geloof in de God van Israël, Die het nationale herstel heeft voorzegd in Zijn heilig Woord.
Messianisme wordt vooral gestimuleerd door lijden. Het Joodse volk heeft de eeuwen door voortdurend geleden, al was het alleen al het lijden vanwege het verlies van een nationaal tehuis en de nationale onafhankelijkheid. De Jood vergat nooit zijn ballingschap, zelf niet wanneer het hem relatief goed ging. Ook vergat hij nooit de goddelijke belofte van verlossing, zelfs niet tijdens de donkerste uren. In een wereld die door Gods voorzienigheid werd geleid zou de ballingschap nooit eeuwig kunnen duren. Zo schrijft Moses Albelda (16 de eeuw) "Wij, die in deze lange en bittere ballingschap verkeren, staan vast in de hoop op verlossing om drie redenen: in de eerste plaats vanwege Gods mededogen, immers de genade van God is zonder eind; ten tweede vanwege de zuivering van Gods naam, Die door de naties is bespot; ten derde terwille van de belofte van God, immers Hij is de Waarmaker van Zijn Woord". Verlossing zou komen, maar wanneer? Het vermoeide hart strekte zich ernaar uit om dit moment te kennen.
Eindtijdberekeningen
Het antwoord op de vraag wanneer het einde komen zou, werd gezocht in de Heilige Schrift. Vooral het boek Daniël werd veelvuldig geraadpleegd. Ook aan de regels, woorden en letters van andere profetische teksten trachtte men door gissing en berekening het geheim te ontfutselen. Vele, vaak twijfelachtige, door rabbijnen ontwikkelde onderzoek methoden werden toegepast. Aan de kleinste tekstonderdelen werd daarbij vaak een mystieke betekenis toegekend. Soms leken de berekeningen zo reëel, zo plausibel en duidelijk geïnspireerd, dat het gehele volk vervuld werd met een levendige verwachting. Vaak mondde dit uit in verwoestende Messiaanse bewegingen. Soms hadden de berekeningen een geweldige autoriteit, waardoor complete gemeenschappen opgewekt werden tot een Messiaanse pelgrimage naar het Heilige Land. Eintijdberekeningen hebben de Messiaanse bewegingen vanaf de eerste eeuw tot heden sterk beïnvloed.
De ijver waarmee men zich uitstrekte naar verlossing en de ontdekking van het tijdstip van verschijnen van de Messias, was algemeen zowel onder de Joden in Palestina als in de Diaspora. Soms leek het een ijdele speculatie te zijn van speurders die slechts door het mysterie werden geïntrigeerd, op andere momenten was het een wanhopig zoeken van mensen die in grote verdrukking verkeerden.
De grote wereldgebeurtenissen die ook het Joodse leven beïnvloedden, stimuleerden de interesse in de Messiaanse speculaties. In oorlogen, invasies en de opkomst en val van dynastieën zag men aanduidingen van de vervulling van profetieën. Dat de berekeningen keer op keer niet bleken uit te komen, ontmoedigde de voorspellers niet in het minst. Het verontrustte Joodse hart weigerde het eenvoudig op te geven. In donkere uren was de Messiaanse belofte immers de enige hoop van het lijdende Israël.
Het wanhopige verlangen naar verlossing vertaalde zich in Messiaanse dromen, die keer op keer aan stukken werden geslagen. De desillusie ging dan gelijk op met de hartstocht van de verwachting. De leiders van het Joodse volk, die zich maar al te zeer bewust waren van het demoraliserende effect van de steeds weer gefrustreerde hoop, probeerden het volk af te houden van hun pogingen om het mysterie te ontrafelen. Dit had echter maar weinig effect.
De eerste eeuw
Vooral de eerste eeuw na Christus geeft een enorme uitbarsting van Messiaanse emotionaliteit te zien. Dit was niet in de eerste plaats het gevolg van de Romeinse onderdrukking, maar werd veroorzaakt door de algemeen aanvaarde chronologie, die aangaf dat het lang verwachtte Millennium, het beloofde vrederijk, aanstaande was. De algemeen gangbare gedachte onder de toenmalige rabbi's was dat, in analogie met de zeven scheppingsdagen, de wereld 6000 jaar zou bestaan. Deze periode zou gevolgd worden door de 'dag des Heren', die 1000 jaar chaos zou betekenen. Het zesde millennium, de 1000 jaar voorafgaande aan de verwoesting van de aarde, zou het beloofde vrederijk zijn. Toen de Here Jezus de komst van het Koninkrijk predikte, paste dit dus geheel in het algemene verwachtingspatroon dat het ophanden zijnde zesde millennium de verlossing zou inluiden. Dit is de reden dat tussen 25 en 50 na Chr. vele Messiaanse bewegingen zich lieten gelden. Het lijkt aannemelijk dat de aanvang van het zesde millennium werd verwacht rond het jaar 30 na Chr.
De eerste verwijzing naar een messiasfiguur in de geschriften van Josephus staat in verband met het oproer dat een zekere Teudas veroorzaakte tijdens het bewind van procurator Cuspius Fadus (44 na Chr.) Ook in Hand. 5:36 lezen we over het kortstondig optreden van deze pseudo-messias. De bediening van de Here Jezus valt ook precies binnen de voorgenoemde periode. Het was dus niet de komst van de Messias die de verwachting van het Millennium deed ontstaan, maar de verwachting van het Millennium, die de Joden deed uitzien naar de Messias. Het is daarom des te schrijnender dat de meesten de lang verwachtte Zoon van David niet hebben herkend. De reactie op de bediening van Jezus werd dus in grote mate bepaald door de in Zijn dagen actuele messiasverwachting. De Evangeliën moeten dan ook mede in het licht van dit gegeven worden bezien. Verder moeten we bedenken dat het Messianisme vooral een politiek ideaal was. Het werd met name gevoed door het verlangen naar de wederoprichting van de Davidische dynastie en de hoop op onafhankelijkheid van de Joodse staat. Toen uiteindelijk in het jaar 70 Jeruzalem geplunderd werd en de tempel verwoest was, verkeerde de messiasverwachting op haar hoogtepunt. De onversaagde moed, aan de dag gelegd door de opstandelingen die betrokken waren bij de strijd tegen de Romeinen (66-73), is tekenend voor het fanatisme van de toenmalige Messiaanse beweging. Op het moment van deze dramatische wending in de geschiedenis van het Joodse volk was de roep om de Messias luider dan ooit, maar het was te laat. Israël's Messias Zelf voorziet de verschrikkelijke gebeurtenissen in Luc. 19:44 "en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag".
Bar Kochba
De eeuw volgend op het tragische jaar 70, geeft vooral een geweldige verspreiding van het Messiaanse idee onder het Joodse volk te zien. Dit ging opnieuw gepaard met allerlei speculaties en berekeningen met betrekking tot de komst van de Messias. Zo geloofde men dat op de dag van de verwoesting van de tempel de Messias zou zijn geboren. Het Messiaanse tijdperk, wat volgens de toenmalige Rabbi's slechts enige tientallen jaren zou duren, was ophanden. Dergelijke ideeën vormden de voedingsbodem voor de zogenaamde Bar Kochba opstand. Simon Bar Koseva werd door velen gezien als de beloofde verlosser. Men baseerde zich op Num. 24:17, waar staat: "een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël, en verbrijzelt Moabs slapen, en verplettert alle zonen van Set". De vertaling van 'ster' in het Hebreeuws is 'kochab'. Bar Kochba betekent dus 'zoon van de ster'. Deze pseudo-messias, die zichzelf overigens niet als Messias maar als 'koning van Israël' profileerde, had meer dan een half miljoen aanhangers. De opstand tegen de Romeinen brak uit rond het jaar 130 na Chr. en mondde drie jaar later, na een ogenschijnlijke overwinning, uit in een rampzalige nederlaag. Na de mislukte Bar Kochba opstand verschoven de Rabbijnen de verwachting van het Messiaanse rijk naar een meer verwijderde toekomst. Op deze wijze trachtte zij de intense hoop op een spoedige vervulling te ontmoedigen. De scheppings kalender werd aan een revisie onderworpen. Men kwam tot de conclusie dat niet het zesde, maar het vijfde millennium voor de deur stond. De Messias zou komen, maar het zou nog honderden jaren kunnen duren.