In het artikel ‘Messiasverwachting' heeft u kunnen lezen dat eindtijdberekeningen een grote invloed hebben gehad op de messiasverwachting van het Joodse volk. Iedere periode in de Joodse geschiedenis kende belangrijke en minder belangrijke rabbijnen die zich met deze berekeningen bezighielden.
Geen 7000 maar 6000 jaar
Volgens Abraham bar Hiyya, een vooraanstaande rabbijn uit de twaalfde eeuw bijvoorbeeld, zou de wereld, in analogie met de zeven scheppingsdagen, geen 7000 maar 6000 jaar bestaan. Hij baseerde deze stelling op Psalm 90:4, waar staat: "Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, plus een nachtwake" (alternatieve interpretatie van de grondtekst). Een nachtwake is een derde deel van de nacht oftewel vier uur. Dit betekent dat volgens Psalm 90 een periode van 1000 jaar gelijkgesteld moet worden aan een dag plus vier uur. Een dag moet dan gelijkgesteld worden aan een periode van 24/28 x 1000 jaar. Dit is gelijk aan 857 1/7 jaar. De wereldgeschiedenis duurt dan in totaal 7 x 857 1/7 = 6000 jaar. Voorts zou iedere dag zijn verdeeld in zeven gedeelten van 122 jaar, die elk een generatie vormden. Rabbijn bar Hiyya trok de conclusie dat de zondvloed moest hebben plaatsgehad aan het einde van de tweede dag, om precies te zijn 1714 jaar na de schepping. De Thora was aan Israël gegeven aan het begin van de zevende generatie van de derde dag, 2448 jaar na de schepping. Tot de komst van de Messias zouden nog eens een drietal dagen van 857 1/7 jaar moeten verlopen. Zijn komst was dus te verwachten 4896 jaar na de schepping. Dit zou volgens ben Hiyya overeenkomen met het jaar 1136 na Christus. Een variatie op deze berekeningsmethode leverde het jaar 1230, 1358 of 1403 als mogelijke data op, die de komst van het Messiaanse tijdperk zouden inluiden. Vooral de laatste twee data werden in die tijd vrij algemeen aanvaard. Dit kwam vooral omdat de bekende rabbi Rashi tot vrijwel hetzelfde resultaat kwam.
Maimonides
Niet alle rabbijnen waren gecharmeerd van dit soort eindtijdberekeningen. Bijvoorbeeld de vermaarde Maimonides - hij droeg de veelzeggende titel 'licht van de ballingschap' - was sterk gekant tegen pogingen om het einde der tijden te bepalen. Maimonides verzette zich vooral tegen degenen die daarbij hun toevlucht zochten tot de astrologie. De Messias zou volgens hem zeker komen, op een moment waarop men dit het minst verwachtte. Tegen de verwachting in komt hij ook zelf met een voorspelling, namelijk het jaar 1216 na Christus. Waarschijnlijk hebben deze inzichten de driehonderd vooraanstaande Joden uit Engeland en Frankrijk geïnspireerd, die in het jaar 1211 in de verwachting van de Messias naar Jeruzalem vertrokken. Welk een teleurstelling moeten dergelijke Messiaanse pelgrims te verwerken hebben gehad toen de komst van de Verlosser van Israël keer op keer uitbleef. Niet zelden lieten zij al hun bezittingen achter.
Nahmanides
Dergelijke ontgoochelingen waren allerminst redenen om de pogingen op te geven. Moses Nahmanides, de grote rabbijn uit de dertiende eeuw kwam tot de conclusie dat het geloof in de Messias universeel onder wijzen en geleerden is geaccepteerd. Het is volgens hem de expressie van de wil om dichter bij God te zijn, van het verlangen een zuiverder en heiliger leven te leiden in het Heilige Land, waar de Shekinah meer nabij is dan in de ballingschap. Ook is het een uiting van het natuurlijk verlangen om over vijanden te triomferen en de naam van God te heiligen ten overstaan van alle mensen. Nahmanides legde zich er met enthousiasme op toe om het exacte jaar van verlossing te vinden. Hij was ervan overtuigd dat de boeken van Mozes en de latere profetische geschriften duidelijke verwijzingen naar het tijdstip van het einde bevatten. Vooral het boek Daniel moest in deze context worden bezien. Ook vond hij dat Gematria, de interpretatiemethode van de Heilige Schrift waarbij betekenis wordt gehecht aan de getalswaarde van de Hebreeuwse tekst, een legitieme methode was om mogelijke data te ontdekken. De Rabbinale weerstand tegen de initiatieven om tot een eindtijdberekening te komen, zou volgens hem niet langer bindend zijn, omdat het einde der tijden heel dicht nabij gekomen was. Het volk hoefde niet langer beschermd te worden tegen hartbrekende teleurstellingen. De 1290 dagen uit Dan. 12:11 betekende volgens Nahmanides dat 1290 jaar na de verwoesting van de tempel, dus in het jaar 1358, de eerste Messias, de Messias ben Jozef zou verschijnen. Vijfenveertig jaar later, in analogie met de 1335 dagen uit Dan. 12, zou de leidende Messias ben Jozef worden opgevolgd door de regerende Messias ben David. Nahmanides voegt nog een aantal andere berekeningen aan zijn betoog toe, waarbij hij ook gebruikt maakt van Gematria. Toen de voorspellingen van grote voormannen als bar Hiyya, Rashi, Maimonides en Nahmanides niet bleken uit te komen betekende dit een geweldige slag voor de Messiaanse speculanten. Het duurde zo'n anderhalve eeuw voordat men zich aan een nieuwe poging durfde wagen.
De zestiende eeuw
De zestiende eeuw daarentegen laat een enorme opbloei zien van Messiaanse speculatie. Dit was een reactie op de catastrofale verdrijving van de Joden uit Spanje (1492) en Portugal (1498). Ook in bijvoorbeeld Duitsland en Italië verslechterde de situatie voor de Joden dramatisch. De verschrikkelijke vervolgingen werden gezien als de barensweeën van het Messiaanse rijk. Ook de ontdekking van Amerika betekende een stimulans voor de Messiaanse gedachte. De Joden zagen in het nieuwe land een mogelijke verblijfplaats van de verloren tien stammen Israëls. Hun terugkeer naar Palestina was volgens velen een belangrijke voorwaarde voor het komst van het Messiaanse vrederijk. Het geloof in het bestaan van de tien stammen was wijdverbreid in de vijftiende en zestiende eeuw. Vele verslagen van kooplieden en reizigers, die de gelukkige en voorspoedige levensomstandigheden van de verloren stammen tot onderwerp hadden, deden de ronde. Columbus ontdekking gaf een nieuwe impuls aan deze geruchten en stimuleerde velen tot een berekeningspoging.
Methoden
Ook latere eeuwen tonen deze wisselwerking tussen gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis en de Messiasverwachting met de daarbij behorende speculaties. Hierbij kan men steeds een vijftal verschillende methoden onderscheiden.
A. Het boek Daniel
De meest gangbare en vroegste methode was de ontcijfering van de specifieke data in het boek Daniel, zoals we bijvoorbeeld bij Nahmanides hebben gezien. Al in de eerste eeuw hield men zich met deze methode bezig.
B. Andere Bijbelse teksten
Men trachtte hierbij zinnen of woorden toe te passen op de toekomst, waarbij het begin en de lengte van het Messiaanse tijdperk de belangrijkste onderwerpen waren. Hiervan zagen we een voorbeeld bij Abraham bar Hiyya.
C. Vroegere ballingschappen
Door een vergelijk te trekken met de Egyptische en Babylonische ballingschappen, probeerde men de verborgenheden van de derde ballingschap te achterhalen. Er moest volgens de onderzoekers een goddelijke logica te vinden zijn in de 400 jaar Egyptische en 70 jaar Babylonische ballingschap. Dezelfde logica zou vervolgens op de derde ballingschap kunnen worden toegepast.
D. Gematria
Een van de meest gebruikte methoden die door de Messiaanse speculanten werd gebruikt, was de Gematria. De getalswaarde van woorden of stukken tekst vormde bij deze methode de profetische aanwijzing. Binnen de Gematria kunnen we nog een drietal andere pseudo-wetenschappen onderscheiden, nl.: Notarikon (het nemen van de letters van een woord als initiaal van een ander woord), Ziruf of Hiluf (de interpretatie van een woord door transponering van de letters), Temurah (het vervangen van letters door andere letters). Gematria was een dankbaar medium, waarbij de beperking alleen bepaald werd door de vindingrijkheid van de speculant. Onder de invloed van Kabbala, de Joodse mystieke stroming, ontwikkelde deze 'wetenschap' zich vooral in de post-talmoedische periode.
E. Astrologie
Ook deze methode was diep geworteld in de Joodse traditie. Waarschijnlijk kenden de stammen van Israël reeds tijdens hun nomadische periode een primitief astrologisch systeem. Onder Kanaänitische en Assyrische invloed, heeft de afgodische astrologie zich verder onder het Joodse volk ontwikkeld. We vinden hiervan vele bewijzen in de Schrift. Hoewel sommige rabbi's, zoals we hebben gezien, oppositie voerden tegen deze methode, was het voorspellen van de toekomst aan de hand van de sterren door de geschiedenis heen een wijdverbreid verschijnsel onder het Joodse volk.