door David van Capelleveen
Wie vandaag een wandeling maakt in de oude stad van Jeruzalem, hoeft zich niet alleen te verwonderen over de schoonheid van wat er allemaal te zien is. Er valt ook genoeg schoons te beluisteren. De klanken van het Ivriet, Arabisch, Jiddisch, Russisch, Armeens en Engels worden overal gehoord. De bevolking van Israël heeft een veelkleurig palet aan gesproken talen die door de bijzondere geschiedenis van het land bij elkaar zijn gekomen. Maar hoe ziet de huidige taalsituatie er eigenlijk uit?
De Grote Drie
Sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 kent het land twee officiële talen: Hebreeuws en Arabisch. Het moderne Hebreeuws is de primaire taal en wordt het meest gebruikt in het alledaagse leven. Het Arabisch wordt uiteraard vooral gesproken door de Arabische populatie, maar ook door de Druzen en kleine groeperingen Mizrachi en Jemenitische Joden. De Engelse taal is sinds de beëindiging van het Britse Mandaat geen officiële staatstaal meer. Zij wordt echter verplicht bestudeerd in het Israëlische onderwijs en wordt door veel Israëli’s goed beheerst. Daardoor kan het gerust als een derde ‘officieuze’ taal worden beschouwd. Evenwel wordt er naast deze drie ‘grote’ talen in vele andere tongen gesproken.
De Diaspora
SIL International, een stichting die alle talen van de wereld bestudeert en documenteert, telt voor de staat Israël zesendertig uniek gesproken talen en dialecten die in gemeenschappen onderling worden gesproken. Hiertoe rekent men niet de talloze immigrantentalen zelf. Dan zou het aantal nog veel hoger liggen. Wanneer men kijkt naar de verscheidenheid van deze talen en het aantal inwoners van het land is dit bijzonder veel. Israël telde 7,6 miljoen inwoners sinds de laatste officiële consensus in 2010. Vergelijk het maar eens met Nederland, waar 16,7 miljoen mensen wonen en waar vijftien verschillende talen en dialecten worden gesproken. Daarvan zijn de meeste gewoon dialecten van de Nederlandse taal. Israël is dus linguïstiek zeer divers en dit heeft natuurlijk alles te maken met haar bewogen geschiedenis van ballingschap en terugkeer. Door de diaspora kwam het Joodse volk in alle delen van de wereld terecht. Daarbij kwam zij ook in aanraking met de taal en cultuur van de heidenen. Hoewel de Joodse cultuur door de eeuwen heen een opmerkelijke autonomie heeft gehad, is gedeeltelijke culturele assimilatie nu eenmaal onvermijdelijk. Zeker op het gebied van taal. Wie in een vreemde cultuur terecht komt moet zich vaak noodgedwongen aanpassen, al is het maar om te communiceren met de inheemse bevolking.
De Alia
Met de Alia, de Joodse immigratie naar het land Israël, worden ook de talen van de diaspora meegenomen. Deze talen oefenen niet alleen invloed uit op de moderne Hebreeuws taal, maar overleven zelf ook. Zo zijn er op dit moment meer dan één miljoen Russisch sprekende Joden in Israël. Dit is na Engels de grootste vreemde taal die er gesproken wordt. Andere Oost-Europese talen, zoals Pools, Roemeens en Hongaars worden ook door grote delen van de bevolking gesproken. De 130.000 Ethiopische Joden die sinds halverwege de jaren tachtig van de twintigste eeuw Alia hebben gemaakt spreken Amhaars. Deze taal is na Arabisch, de meest gesproken Semitische taal ter wereld. Verder spreken er groepen Armeens, Aramees, Ladino, Jiddisch, Farsi en ga zo maar door.
Naast alle grote en bekende wereldtalen kent Israël nog een paar hele kleine talen. Zo is er bijvoorbeeld nog maar een handje vol mensen dat de bijna uitgestorven taal Jevanisch spreekt. Dit is een Grieks dialect dat gesproken werd door de Romanioten, een Joodse diaspora groepering die al vanaf de derde eeuw voor Christus in Griekenland wordt gevonden. Het aantal mensen dat deze taal nog spreekt wordt geschat op vijfendertig in Israël, en vijftig wereldwijd.
Israël en de Bijbel
Door de brede culturele inslag van de Joden wereldwijd is de huidige taalsituatie dus heel uiteenlopend. Toch blijven de Joden ook het volk van één taal, namelijk die van het Boek der boeken. Het gaat echter slecht met het Bijbelonderwijs in de lagere en middelbare staatsonderwijssystemen. Hieronder valt ook het lezen van de Tenach. Kinderen kunnen steeds moeilijker omgaan met het klassiek Hebreeuws, dat nu eenmaal een complexere taalvariant is dan de moderne taal. Er is een zogeheten taalrecessie gaande. Opgemerkt dient wel te worden dat gelijke ontwikkelingen optreden in veel andere landen. Evenals bijvoorbeeld Britse jongeren in mindere mate vaardigheden hebben om hun literaire klassiekers te lezen, zoals de werken van Shakespeare, hebben Israëlische jongeren dat met hun Tenach.
Een ramp van Bijbelse proporties
De Israëlische overheid laat het hier niet bij zitten. Zvi Zameret, hoofd van de Pedagogische Raad van het Ministerie van Onderwijs noemt de recessie ‘een ramp van Bijbelse proporties’. Naar aanleiding van een overheidsrapport in september 2010 komen er hervormingen voor zowel de basisscholen als het middelbaar onderwijs. Het aantal lesuren voor het Bijbelonderwijs zullen waarschijnlijk weer omhoog gaan. Ook belangrijk is de mogelijke wering van de RAM-Tenach. Dit is een moderne vertaling van de Tenach die in het onderwijs wordt gebruikt. Deze Tenach ‘light’ versie, zoals hij wordt genoemd, zorgt ervoor dat jongeren hun Bijbel kunnen lezen, zonder zich het klassiek Hebreeuws eigen te maken. Het ziet er naar uit dat deze Bijbeleditie niet meer toegestaan gaat worden in het onderwijs. De taalrecessie treft overigens niet alle jongeren. Ze geldt bijvoorbeeld niet voor hen die in het religieus onderwijs verkeren. Daar is het lezen uit en het leven vanuit de Tenach een vanzelfsprekendheid.
Verspreiding
Voor het bijbelverspreidingswerk van de stichting blijven al deze taalontwikkelingen zeer belangrijk. Er moet immers gezorgd worden dat Gods Woord voor heel Zijn volk beschikbaar is. Daarom is het noodzakelijk om te blijven werken aan nieuwe en toegankelijkere edities van de Heilige Schrift in zoveel mogelijk landstalen. Hier ligt de grote uitdaging, die niet kan worden uitgevoerd zonder de zegen van de Schepper aller talen en uw gebed voor het werk.